Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €256.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente Alkmaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de waarde. In hoger beroep bij het Hof werd onderzocht of de waarde te hoog was vastgesteld.
Het Hof overwoog dat noch de heffingsambtenaar noch belanghebbende de waarde aannemelijk had gemaakt. De heffingsambtenaar baseerde zich op vergelijkingsobjecten, maar kon het grote verschil met de verkoopprijs van een zeer vergelijkbaar object niet overtuigend verklaren. Belanghebbende stelde een lagere waarde voor, maar zijn onderbouwing was inconsistent en onvoldoende onderbouwd.
Het Hof stelde de waarde daarom in goede justitie vast op €220.000. Tevens veroordeelde het Hof de heffingsambtenaar tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende, inclusief griffierecht. De uitspraak vernietigt het vonnis van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: Het Hof stelt de WOZ-waarde van de woning vast op €220.000 en veroordeelt de heffingsambtenaar tot kostenvergoeding.