Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
De materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of vervaardigingskosten, verminderd met afschrijvingen bepaald op basis van de geschatte levensduur rekening houdend met een eventuele restwaarde. De afschrijvingen bedragen een vast percentage van de aanschaffingswaarde of vervaardigingskosten.
In aanmerking nemende dat:
De huurperiode”. Na afloop van deze periode wordt, zonder opzegging als bedoeld in lid 4 dezes, de periode steeds stilzwijgend verlengd voor 60 maanden.
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
a. (…) de exploitant van een binnen het Rijk geplaatste fysieke speelautomaat, ingericht voor de beoefening van een kansspel, dat bestaat uit een door de speler in werking gesteld mechanisch, elektrisch of elektronisch proces, waarbij het resultaat kan leiden tot rechtstreekse of niet-rechtstreekse uitkering van prijzen, met inbegrip van extra speelduur (kansspelautomatenspel);
als eigenaargebruiken van kansspelautomaten.
De inspecteur heeft gesteld dat belanghebbende bepalingen van de belastingwet niet heeft nageleefd, doordat zij – ervan uitgaande dat zij geen belastingplichtige was – ten onrechte aangifte kansspelbelasting heeft gedaan.
5.Kosten
6.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank;
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de naheffingsaanslag;
- vernietigt de verzuimboete;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 3.720, en
- gelast de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht ad € 302 (beroep bij de rechtbank) en € 497 (hoger beroep bij het Hof), in totaal € 799 te vergoeden.