ECLI:NL:GHAMS:2016:2698
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verstrekking medisch dossier overleden patiënt aan zoon
In deze zaak vordert de zoon van een overleden patiënt, mevrouw [X], in kort geding dat de huisarts van zijn moeder een afschrift verstrekt van het medisch dossier over de periode 2010-2014. Mevrouw [X] leed aan ALS en overleed in 2014 na een incident tijdens een transfer door een verzorgster van een thuiszorgorganisatie. De zoon wil het dossier gebruiken om een klacht in te dienen tegen de thuiszorginstelling wegens vermeende onzorgvuldige behandeling.
De voorzieningenrechter wees de vordering af en het hof bekrachtigt dit oordeel. Het hof overweegt dat de zoon onvoldoende concrete aanwijzingen heeft gegeven dat het medisch dossier noodzakelijk is voor het formuleren van zijn klacht. De klacht richt zich vooral op de thuiszorgmedewerkster die aanwezig was bij het overlijden, terwijl de huisarts niet aanwezig was geweest. Het belang van geheimhouding van het medisch dossier weegt daarom zwaarder.
Hoewel de zoon stelt dat hij ook een klacht wil indienen bij de Inspectie en het Openbaar Ministerie, acht het hof dit onvoldoende om het dossier te verstrekken. Ook de veronderstelde toestemming van mevrouw [X] om het dossier te delen wordt niet aangenomen. De vordering wordt daarom afgewezen en de zoon wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vordering tot verstrekking van het medisch dossier wordt afgewezen vanwege onvoldoende zwaarwegend belang tegen het belang van geheimhouding.