ECLI:NL:GHAMS:2016:2669
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging uithuisplaatsing minderjarige bij vader in belang van het kind
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die machtiging gaf tot uithuisplaatsing van haar kind bij de vader. De moeder betwistte de grondslag en het belang van de uithuisplaatsing, stellende dat het kind beter bij haar kon verblijven en dat eerst onderzoek naar terugplaatsing moest plaatsvinden.
Het hof oordeelde dat de wijziging van de grondslag van het verzoek door de gecertificeerde instelling (GI) terecht was toegelaten. De moeder functioneert op een laag begaafd niveau, heeft een psychiatrische voorgeschiedenis en is onvoldoende in staat een stabiele opvoedomgeving te bieden. Ondanks begeleiding en hulpverlening is haar situatie niet wezenlijk verbeterd.
De vader biedt een stabiele en veilige omgeving, en het contact met het kind verloopt goed. Het verblijf bij het familienetwerk geniet de voorkeur boven een pleeggezin. Het hof achtte de uithuisplaatsing bij de vader in het belang van het kind en bekrachtigde de beschikking. De moeder blijft een rol in het leven van het kind houden met een passende omgangsregeling.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking tot uithuisplaatsing van het kind bij de vader omdat dit in het belang van het kind is.