ECLI:NL:GHAMS:2016:2382
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.M. Aarts
- R.J.F. Thiessen
- G.C. Boot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vordering betaling bouwrijp maken kavel na ontbreken richtprijs
In deze civiele zaak ging het om een geschil over de betaling voor het bouwrijp maken van een kavel. [Appellant] had mondeling opdracht gegeven aan [geïntimeerde], die op zijn beurt een aannemer inschakelde. De aannemer factureerde een totaalbedrag van €24.316,88, waarvan [geïntimeerde] reeds €5.725,48 had ontvangen.
[Appellant] stelde dat er een richtprijs van €5.000 tot €6.000 was overeengekomen en voerde bezwaren aan tegen de declaraties, maar kon dit niet bewijzen. De kantonrechter wees de vordering toe tot een bedrag van €18.519,95, vermeerderd met reeds ontvangen betalingen.
Het hof oordeelde dat bij gebrek aan bewijs van een richtprijs, [geïntimeerde] recht heeft op een redelijke prijs conform artikel 7:752 BW Pro. De facturen van de aannemer kwamen overeen met de verrichte werkzaamheden en de gevorderde hoofdsom was redelijk. De vordering werd daarom bevestigd, terwijl de vordering tegen Damiaan B.V. werd afgewezen.
De proceskosten werden verdeeld: [geïntimeerde] werd veroordeeld in de kosten tegen Damiaan, en [appellant] in de kosten tegen [geïntimeerde].
Uitkomst: De vordering tot betaling van €18.519,95 door [geïntimeerde] tegen [appellant] wordt bevestigd wegens het ontbreken van een overeengekomen richtprijs.