ECLI:NL:GHAMS:2016:2261

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 juni 2016
Publicatiedatum
14 juni 2016
Zaaknummer
23-004289-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 422 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mishandeling wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van mishandeling van het slachtoffer op of omstreeks 3 februari 2012 in Amsterdam.

De tenlastelegging betrof het slaan, stompen en schoppen tegen het slachtoffer, waardoor deze letsel en pijn zou hebben ondervonden. Tijdens het onderzoek in hoger beroep werd vastgesteld dat er weliswaar een confrontatie had plaatsgevonden waarbij verdachte het slachtoffer een duw gaf, maar dat deze handeling niet ten laste was gelegd.

Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de tenlastegelegde mishandeling wettig en overtuigend vast te stellen. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en de verdachte vrijgesproken. Het subsidiaire strafmaatverweer van de raadsman behoefde geen bespreking meer.

Deze uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 14 juni 2016.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

parketnummer: 23-004289-15
datum uitspraak: 14 juni 2016
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 12 oktober 2015 in de strafzaak onder parketnummer
13-072079-13 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 mei 2016 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 3 februari 2012 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk [slachtoffer] heeft mishandeld, bestaande die mishandeling uit het eenmaal of meermalen (met kracht)
- slaan/stompen in/tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer] en/of
- schoppen/trappen tegen de/het knie/hoofd, althans tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer], waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.

Vrijspraak

De raadsman heeft ter terechtzitting primair verzocht de verdachte vrij te spreken van de ten laste gelegde mishandeling omdat het dossier teveel twijfel oproept over hetgeen is voorgevallen. Subsidiair heeft de raadsman een strafmaatverweer gevoerd.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke geldboete van € 400,00 subsidiair 8 dagen hechtenis met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof is van oordeel dat het primaire verweer van de raadsman slaagt. Naar het oordeel van het hof is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende.
De verdachte wordt verweten dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de mishandeling van [slachtoffer]. Op grond van het dossier en hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep is verhandeld, kan worden vastgesteld dat er een confrontatie is geweest tussen de verdachte en het slachtoffer. Vast staat dat de verdachte voornoemde [slachtoffer] een duw heeft gegeven, hetgeen niet aan verdachte ten laste is gelegd. Voor hetgeen wel aan de verdachte, te weten het slaan/stompen en schoppen/trappen, ten laste is gelegd, ontbreekt bij het hof de overtuiging.
Gelet op vorenstaande komt het hof niet toe aan de bespreking van het subsidiair gevoerde verweer van de raadsman.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.F.J.M. de Werd, mr. J.A.M. de Wit en mr. N. van der Wijngaart, in tegenwoordigheid van mr. L.J.M. Klop, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
14 juni 2016.
Mr. J.A.M. de Wit en mr. N. van der Wijngaart zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.