Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
naastde in artikel 1.4 geregelde beëindigingsvergoeding. Kort gezegd als een zelfstandige grondslag voor een beëindigingsvergoeding. Het bewijsaanbod van [appellant] bij memorie van grieven onder 15 verwerpt het hof daarom als niet ter zake dienend en bovendien als te vaag. De kantonrechter heeft de primaire grondslag van de vordering onder B daarom terecht ondeugdelijk geoordeeld. Grief 3 faalt.