Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.De feiten
de vrouwis het volgende gebleken.
de manis het volgende gebleken.
.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in 2006 gehuwd en in 2010 gescheiden. De vrouw was verplicht om aan de man partneralimentatie te betalen van €300 per maand vanaf de datum van scheiding tot 26 juli 2014. De vrouw verzocht om herziening van deze alimentatie met terugwerkende kracht naar 2010, stellende dat de man geen behoefte had en zij onvoldoende draagkracht had.
Het hof oordeelt dat de man tot 1 juli 2011 een bijstandsuitkering ontving en dus behoefte had aan alimentatie, maar vanaf die datum zijn eigen inkomen uit taxiwerkzaamheden hoger was dan zijn behoefte, waardoor alimentatie niet langer noodzakelijk was. De draagkracht van de vrouw was voldoende om de bijdrage tot 1 juli 2011 te voldoen.
Het hof vernietigt de beschikking van de rechtbank en stelt de alimentatie per 1 juli 2011 op nihil, waarbij geen onaanvaardbare terugbetalingsverplichting ontstaat. Het verzoek van de vrouw om terugbetaling van reeds betaalde alimentatie wordt afgewezen.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 1 juli 2011 op nihil gesteld wegens het ontbreken van behoefte bij de man.