Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
heeft als getuige bij de kantonrechter verklaard, voor zover hier van belang:
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam geoordeeld over de vernietiging van een aandelenleaseovereenkomst tussen [X] en Dexia Nederland B.V. De echtgenote van [X], [Y], had de nietigheid van de overeenkomst ingeroepen op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW, omdat zij geen schriftelijke toestemming had gegeven voor het aangaan van de overeenkomst. Dexia stelde zich op het standpunt dat de vordering tot vernietiging was verjaard.
Het hof oordeelde dat het bewijsvermoeden dat [Y] eerder dan drie jaar voor de vernietigingsbrief op de hoogte was van de overeenkomst voldoende was ontzenuwd door consistente getuigenverklaringen van beide echtelieden. Deze verklaringen gaven aan dat [Y] niet op de hoogte was van de leaseovereenkomst tot circa september 2002, binnen de verjaringstermijn.
Daarmee faalde het verjaringsverweer van Dexia. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en verklaarde de leaseovereenkomst rechtsgeldig vernietigd. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van alle door [X] betaalde bedragen onder de leaseovereenkomst, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 5 februari 2005, en tot vergoeding van de proceskosten in beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomst en veroordeelt Dexia tot terugbetaling van betaalde bedragen met wettelijke rente.