ECLI:NL:GHAMS:2016:1840
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.V.T. de Bie
- G.J. Driessen-Poortvliet
- H.A. van den Berg
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en erfenis van in India woonachtige moeder
Partijen zijn in 2002 in gemeenschap van goederen gehuwd en in 2013 gescheiden. De moeder van de vrouw, woonachtig in India, overleed in 2009 zonder testament. De rechtbank bepaalde dat haar erfenis in de huwelijksgemeenschap viel, wat de vrouw betwistte met een beroep op Indiase wetgeving en redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelde dat Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing is en dat de erfenis volgens artikel 1:94 lid 2 BW Pro in de gemeenschap valt. De vrouw kon onvoldoende aantonen dat een afwijking op grond van redelijkheid en billijkheid gerechtvaardigd was. Ook het beroep op een mondelinge afspraak over uitsluiting van wederzijdse erfenissen faalde wegens gebrek aan bewijs en vormvereisten.
Verder oordeelde het hof dat de bonus van de man over 2012, hoewel pas in 2013 uitgekeerd, op de peildatum bestond als vordering en in de gemeenschap viel. De man moet de vrouw de helft van de netto bonus betalen. De vrouw's vordering tot vergoeding van belastingheffing over alimentatiebetalingen na de peildatum werd afgewezen wegens onvoldoende specificatie.
Tot slot kreeg de vrouw het recht op inzage in de belastingaangiften en aanslagen van de man over 2012 en 2013 toegewezen om eventuele nagekomen baten of schulden te kunnen controleren. De proceskosten in hoger beroep worden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De erfenis van de moeder valt in de huwelijksgoederengemeenschap; de man moet de vrouw € 37.870,56 betalen en inzage geven in zijn belastingaangiften 2012 en 2013.