ECLI:NL:GHAMS:2016:183
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks inreisverbod; geen straf wegens niet doorlopen terugkeerprocedure
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het illegaal verblijven in Nederland terwijl tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd. In hoger beroep betwistte zijn raadsvrouw de geldigheid van het inreisverbod op grond van Europese jurisprudentie. Het hof oordeelde dat het inreisverbod niet evident in strijd is met het Europees recht en verwierp dit verweer.
Het hof stelde vast dat de verdachte op 30 mei 2014 als vreemdeling in Nederland verbleef terwijl hij wist dat tegen hem een inreisverbod was uitgevaardigd. Dit is strafbaar volgens de Vreemdelingenwet 2000. De strafbaarheid werd niet betwist.
Echter, omdat de verdachte op het moment van hoger beroep nog in vreemdelingenbewaring verbleef en de terugkeerprocedure niet volledig was doorlopen, oordeelde het hof dat het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in strijd is met de Terugkeerrichtlijn. Daarom werd op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel opgelegd.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter, verklaarde het bewezen verklaarde strafbaar, maar legde geen straf op vanwege de nog lopende terugkeerprocedure. Dit arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 27 januari 2016.
Uitkomst: Geen straf opgelegd omdat de terugkeerprocedure niet volledig was doorlopen, ondanks bewezen illegaal verblijf.