ECLI:NL:GHAMS:2016:1775
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken bewijs opzettelijke invoer cocaïne op Schiphol
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter waarin verdachte was veroordeeld voor het opzettelijk binnenbrengen van cocaïne op Schiphol. De verdachte werd ervan beschuldigd als afhaler van een bolletjeskoerier te hebben gefungeerd en de drugs verder te vervoeren.
Tijdens het hoger beroep werd vastgesteld dat de verklaringen van verdachte ongeloofwaardig waren, maar dat er onvoldoende bewijs was dat zij wetenschap had van de invoer van cocaïne. De verklaring van de medeverdachte, die stelde dat verdachte op de hoogte was, werd niet als betrouwbaar beschouwd omdat hij zijn eerdere stelligheid had ingetrokken en geen concrete aanwijzingen gaf.
Het hof concludeerde dat niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte opzettelijk cocaïne had ingevoerd. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzettelijke invoer van cocaïne.