ECLI:NL:GHAMS:2016:1728
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorkeursrecht huurder bedrijfsruimte en aanbiedingsplicht verhuurder bij verkoop
In deze zaak stond centraal of verhuurder gehouden was de bedrijfsruimte eerst aan huurder met voorkeursrecht aan te bieden voordat hij verkocht aan een derde partij. De huurder stelde dat verhuurder dit recht had geschonden door zonder juiste aanbieding aan haar te verkopen aan Stadsdeel B.V.
Partijen hadden in 2004 een schriftelijke overeenkomst gesloten waarin huurder een recht van eerste koop werd toegekend. In 2012/2013 vonden onderhandelingen plaats over verkoop, maar partijen bereikten geen overeenstemming over de prijs. Verhuurder verkocht vervolgens de bedrijfsruimte samen met een andere onroerende zaak aan Stadsdeel B.V.
Het hof oordeelde dat het voorkeursrecht een aanbiedingsplicht inhoudt, geen verplichting tot verkoop. Verhuurder had aan deze plicht voldaan door tijdig en onder redelijke voorwaarden te onderhandelen. Omdat de onderhandelingen mislukten en de uiteindelijke verkoopprijs niet onredelijk laag was, was het voorkeursrecht tenietgegaan. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van huurder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van huurder af wegens correcte naleving van de aanbiedingsplicht.