ECLI:NL:GHAMS:2016:166

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 januari 2016
Publicatiedatum
27 januari 2016
Zaaknummer
23-002347-14
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e SrArt. 422 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit diefstal horloge

In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam inzake ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel heeft het gerechtshof Amsterdam het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €500. De zaak betreft een diefstal van een Panerai horloge, waarbij het hof de dagwaarde van het horloge op €3.000 heeft vastgesteld vanwege het ontbreken van doosje en certificaat.

Het hof heeft het percentage voor de waarde in het helingcircuit vastgesteld op 50% van de dagwaarde, wat neerkomt op een opbrengst van €1.500. Dit bedrag is vervolgens gelijk verdeeld tussen de veroordeelde en zijn medeveroordeelden, aangezien allen onherroepelijk zijn veroordeeld voor medeplegen van de diefstal.

De verdediging had een lagere waarde van 20% voorgesteld, maar het hof achtte dit onrealistisch gezien het bewuste plan en de waarde van het horloge. De ontnemingsmaatregel is opgelegd op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht door de ontnemingsverplichting vast te stellen op €500.

Uitkomst: De veroordeelde is verplicht tot betaling van €500 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

Parketnummer: 23-002347-14
Datum uitspraak: 26 januari 2016
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2014 op de vordering van het openbaar ministerie ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht in de ontnemingszaak met nummer 13-525763-09 tegen de veroordeelde:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
adres: [adres]

Procesgang

Het Openbaar Ministerie heeft in eerste aanleg gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat tot een bedrag van
€ 1.000,-.
De rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 4 juni 2014 de veroordeelde de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 800,-ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De veroordeelde heeft tegen dit vonnis hoger beroep ingesteld.
De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 oktober 2012 veroordeeld ter zake van - kort gezegd - diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, terwijl dit feit is gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
15 december 2015 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Standpunt van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting in hoger beroep, onder verwijzing naar zijn conclusie van 7 december 2015, gevorderd dat aan de veroordeelde de verplichting wordt opgelegd tot betaling aan de staat van
€ 600,-ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank de opbrengst van het horloge in het helingcircuit te hoog heeft geschat. De dagwaarde van het horloge moet worden vastgesteld op € 3.000, nu er geen doosje en echtheidscertificaat bij het horloge konden worden verkocht. De opbrengst in het helingcircuit moet worden geschat op 20 procent van de dagwaarde. Bij de verdeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel moet rekening worden gehouden met de rol van medeveroordeelde [medeverdachte 1] . De raadsman komt daarmee op een te ontnemen bedrag van
€ 600,-.
Oordeel van het hof
Uit het rapport ‘berekening wederrechtelijk verkregen voordeel per delict’ blijkt dat het bij de diefstal weggenomen horloge van het merk Panerai, type Luminor GMT 297, bouwjaar 2008, een nieuwwaarde vertegenwoordigde van € 5.500. Bij ‘normale’ verkoop wordt de opbrengst van het horloge geschat op € 4.000. Aangezien het horloge geen doosje en certificaat heeft, wordt reëel geacht dat het horloge € 3.000 opbrengt.
Het hof is van oordeel dat op basis hiervan de geschatte dagwaarde kan worden vastgesteld op het bedrag van € 3.000,00.
Het hof gaat, anders dan de raadsman en de advocaat-generaal, bij de vaststelling van de waarde van het horloge in het helingcircuit uit van een percentage van 50% van de geschatte dagwaarde. In de strafzaak is gebleken dat er sprake was van een bewust (gezamenlijk) plan gericht op de verwerving van dat specifieke horloge, in de wetenschap dat het horloge een aanzienlijke waarde vertegenwoordigde. Ook was alvast onderzoek gedaan naar mogelijk geïnteresseerden in het horloge. Onder die omstandigheden is het onaannemelijk dat de veroordeelde en zijn medeveroordeelden van plan waren het horloge aanzienlijk onder de geschatte dagwaarde te verkopen en is een percentage van minimaal 50% reëel. De door de raadsman aangehaalde jurisprudentie leidt niet tot een ander oordeel aangezien het in de aangehaalde zaken ging om hoeveelheden sieraden van min of meer willekeurige samenstelling.
De opbrengst in het helingscircuit bedraagt naar het oordeel van het hof aldus (50% van € 3.000 =)
€ 1.500,-.
Dit bedrag dient pondspondsgewijs te worden verdeeld tussen de veroordeelde en de medeveroordeelden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , nu is gebleken dat allen onherroepelijk zijn veroordeeld voor het medeplegen van de diefstal en geen aanwijzing bestaat dat een andere verdeling redelijk is.
Het hof is – alles afwegende – van oordeel dat de veroordeelde wederrechtelijk voordeel, geschat op een bedrag van
€ 500,-heeft verkregen door middel van of uit de baten van het strafbare feit (medeplegen van diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld) ter zake waarvan hij bij arrest van 24 oktober 2012 is veroordeeld.

Verplichting tot betaling aan de Staat

Aan de veroordeelde dient, ter ontneming van het door hem wederrechtelijk verkregen voordeel, de verplichting te worden opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 500,-.

Toepasselijk wettelijk voorschrift

De op te leggen maatregel is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Stelt het bedrag waarop het door de veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van €
500,00 (vijfhonderd euro).
Legt de veroordeelde de verplichting op tot
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 500,00 (vijfhonderd euro).
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. P.C. Römer, mr. A.M.P. Geelhoed en mr. J.A. Peters, in tegenwoordigheid van
mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
26 januari 2016.
Mr. J.A. Peters is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[....]