ECLI:NL:GHAMS:2016:1548
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomsten bedrijfsruimte wegens niet tijdige huurbetaling
In deze zaak vordert de verhuurder ontbinding van twee huurovereenkomsten voor een horecabedrijfsruimte en het bovengelegen kantoor, vanwege structurele en herhaalde niet tijdige betaling van de huur door de huurder. De huurder betoogt onder meer dat de overeenkomsten tot stand zijn gekomen onder misbruik van omstandigheden en dat er sprake is van dwaling.
Het hof stelt vast dat de huurder ondanks eerdere waarschuwingen en een eerdere uitspraak waarin zij al werd aangesproken op haar betalingsgedrag, in de jaren 2012 en 2013 nog steeds niet tijdig betaalde. Het beroep op misbruik van omstandigheden faalt omdat onvoldoende is onderbouwd dat de huurder onder druk stond bij het sluiten van de overeenkomst en de huurovereenkomsten geen onredelijke bepalingen bevatten. Ook het beroep op dwaling wordt verworpen omdat de nieuwe overeenkomsten niet wezenlijk afwijken van de oude.
Het hof oordeelt dat de wanprestatie ernstig is en dat de huurder niet kan worden beschermd tegen ontbinding. De veroordeling tot betaling van contractuele boetes wordt gehandhaafd, waarbij het boetebeding niet onredelijk bezwarend wordt geacht. Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vorderingen van de huurder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de ontbinding van de huurovereenkomsten wegens herhaaldelijke niet tijdige betaling van de huur en wijst de vorderingen van de huurder af.