Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2016:2878

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2016
Publicatiedatum
15 december 2016
Zaaknummer
16/04401
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in cassatie wegens ontbreken advocaat bij de Hoge Raad

In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van de kantonrechter en het gerechtshof die aan het arrest zijn gehecht.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekte tot niet-ontvankelijkverklaring van eiseres in haar cassatieberoep. De dagvaarding voldeed niet aan de vereisten van artikel 407 lid 3 Rv Pro, omdat daarin geen advocaat bij de Hoge Raad was aangewezen.

Eiseres kreeg de gelegenheid dit verzuim te herstellen door uiterlijk 23 september 2016 alsnog een advocaat bij de Hoge Raad te stellen, maar heeft hiervan geen gebruik gemaakt. Daarom verklaarde de Hoge Raad eiseres niet-ontvankelijk in haar beroep.

Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep wegens ontbreken van advocaat in de dagvaarding.

Uitspraak

16 december 2016
Eerste Kamer
16/04401
EV/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. Th.C. Visser,
t e g e n
[verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 2656279 CV EXPL 13-33226 van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 november 2014;
b. het arrest in de zaak 200.167.544/01 van het gerechtshof Amsterdam van 19 april 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van [eiseres] in haar cassatieberoep.

3.Beoordeling van de ontvankelijkheid

De dagvaarding voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 3 Rv Pro omdat daarin geen advocaat bij de Hoge Raad is aangewezen. Aan [eiseres] is de gelegenheid gegeven dit verzuim te herstellen door uiterlijk 23 september 2016 alsnog een advocaat bij de Hoge Raad te stellen. Van deze mogelijkheid is geen gebruik gemaakt. Dit brengt mee dat [eiseres] in haar beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart [eiseres] niet-ontvankelijk in haar beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
16 december 2016.