Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Klager diende een klacht in tegen de notaris omdat deze volgens hem niet had gecontroleerd of zijn broer wils- en handelingsbekwaam was bij het passeren van een algemene volmacht en testament. Tevens zou de notaris ten onrechte niet hebben gevraagd of een familielid als gemachtigde kon optreden.
De feiten betreffen dat de broer van klager, een alleenstaande man van 75 jaar met een laag intelligentieniveau en beginnende dementie, in februari 2014 akten heeft gepasseerd bij de notaris. Klager stelt dat de notaris het stappenplan voor beoordeling van wilsbekwaamheid had moeten toepassen en een psychiater of geriater had moeten inschakelen.
De notaris verklaarde dat hij de broer al twintig jaar kende, hem persoonlijk sprak en geen aanwijzingen had dat hij handelingsonbekwaam was. Het hof oordeelt dat de notaris voldoende zorgvuldigheid heeft betracht en dat er geen feiten zijn die twijfel rechtvaardigen over de wilsbekwaamheid ten tijde van het passeren van de akten.
Het hof bevestigt dat klager ontvankelijk is in zijn klacht vanwege zijn langdurige betrokkenheid bij de belangen van zijn broer, maar verklaart de klacht ongegrond. Ook het verwijt dat de notaris niet vroeg naar een familielid als gemachtigde wordt afgewezen. Het bewijsaanbod van klager wordt niet gehonoreerd omdat geen nieuwe feiten zijn aangevoerd.
De bestreden beslissing van de kamer voor het notariaat wordt door het hof bevestigd en de klacht tegen de notaris wordt afgewezen.
Uitkomst: De klacht tegen de notaris wegens onvoldoende controle op wils- en handelingsbekwaamheid wordt ongegrond verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.