Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
hij op of omstreeks 17 mei 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,
hij op of omstreeks 17 mei 2014 te Amsterdam, in elk geval in Nederland aan zijn levensgezel
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak
Overwegingen ten aanzien van het bewijs
- het slachtoffer was een pittige tante die altijd terugvocht
- er is ook sprake van letsel bij de verdachte
- de verklaringen van de verdachte, in het bijzonder de OVC gesprekken, waarin de verdachte aangeeft dat het slachtoffer ook met hem vocht
- de aanleiding voor de vechtpartij was de hang naar drugs bij het slachtoffer, ten gevolge waarvan zij de verdachte beschuldigde van het achterhouden van drugs en gewelddadig werd.
Bewezenverklaring
hij op 17 mei 2014 te Amsterdam opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
, zakelijk weergegeven:
(pagina 10 van het proces-verbaal)Uiteindelijk kun je zeggen dat wat mij betreft het agressieregulatieprobleem een onderdeel is van de persoonlijkheidsstoornis, die bewust ook op andere zaken is gebaseerd. Dus ook na het verstrijken van negen jaar, kan er gesproken worden van een agressieregulatieprobleem als dat probleem destijds niet is behandeld.
pagina 10):
Beslag
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
€ 541,50 (vijfhonderdeenenveertig euro en vijftig cent) ter zake van materiële schadeen veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.
€ 541,50 (vijfhonderdeenenveertig euro en vijftig cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
10 (tien) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.