Uitspraak
Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
Onderzoek van de zaak
Tenlasteleggingen
feit 5 subsidiair:
hij op of omstreeks 13 december in de gemeente Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in / uit een tankstation [bedrijf 5] , gevestigd aan de [adres 8] , heeft weggenomen 349,28 Euro en/of 2 sloffen sigaretten en/of een rijbewijs op naam van [slachtoffer 2] , in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf 5] en/of [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een vals kostuum (zich voordoen als politieambtenaar);
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging ten aanzien van het in zaak D ten laste gelegde
Bewezenverklaring
in de periode van 1 mei 2010 tot en met 15 oktober 2010 te Amsterdam telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen goederen en geldbedragen, toebehorende aan anderen dan aan verdachte, te weten:
op 31 oktober 2010 te Amsterdam met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een kassa van [bedrijf 2] (perceel [adres 5] ) heeft weggenomen een geldbedrag (EUR 450,-), toebehorende aan [bedrijf 2] ;
op 5 december 2010 in de gemeente Amsterdam met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en door een samenweefsel van
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) jaren.
1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
bijzondere voorwaardedat de verdachte verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd op de door de Reclassering Nederland, dan wel Leger des Heils te Amsterdam, op te geven dagen en tijdstippen te melden op het nader door de reclassering te noemen adres, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten: