ECLI:NL:GHAMS:2016:1122
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs door onbetrouwbaar proces-verbaal
In hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter Amsterdam is verdachte beschuldigd van het zich ophouden aan de Stadhouderskade te Amsterdam met het oog op het kopen of verkopen van middelen zoals bedoeld in de Opiumwet.
Het hof vernietigt het eerdere vonnis omdat het slechts een aantekening betrof en gaat over tot inhoudelijke beoordeling. De advocaat-generaal en de raadsman van verdachte vorderen vrijspraak.
Het hof baseert de vrijspraak op de verklaring van de verbalisant die aangeeft dat het proces-verbaal van 9 juni 2013 niet overeenkomt met de werkelijkheid. Een deel van de aan de verbalisant toegeschreven handelingen is niet door hem uitgevoerd door een procedurewijziging bij het opmaken van het proces-verbaal met behulp van een computer. Hierdoor is het proces-verbaal onbruikbaar als bewijs.
Omdat het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt, spreekt het hof verdachte vrij. Het hof wijkt hiermee af van een eerdere beslissing in een soortgelijke zaak en legt geen niet-ontvankelijkheid op aan het openbaar ministerie.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 11 maart 2016.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs.