Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
,
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende vroeg om toepassing van het kwarttarief motorrijtuigenbelasting (MRB) voor zijn kampeerauto met terugwerkende kracht vanaf april 2011. De inspecteur kende het tarief toe vanaf 20 september 2013, het begin van het tijdvak waarin het verzoek werd ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond en het Hof bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
Het Hof overwoog dat de wet- en regelgeving duidelijk voorschrijven dat het verlaagde tarief alleen op verzoek wordt toegekend en dat dit verzoek vóór het tijdvak moet worden ingediend. De inspecteur heeft geen actieve mededelingsplicht om belanghebbende te informeren over deze procedure. De omstandigheid dat belanghebbende niet op de hoogte was van de noodzaak tot verzoek, komt voor zijn eigen risico.
Verder oordeelde het Hof dat de wijziging van het Besluit MRB per 1 januari 2013, waarbij een wijziging van tenaamstelling als verzoek geldt, niet van toepassing is op situaties zoals deze, waarin het verzoek pas later werd gedaan. Ook een beroep op billijkheid kon niet leiden tot een andere uitkomst. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van terugwerkende toepassing van het kwarttarief bevestigd.