De zaak betreft een hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem, waarin de verdachte, oud-directeur van Philips Pensioenfonds, werd veroordeeld voor omkoping en witwassen. Het hof vernietigt het eerdere vonnis wegens wijziging van de tenlastelegging en doet opnieuw recht.
Het hof oordeelt dat de feiten van passieve omkoping en witwassen wettig en overtuigend bewezen zijn. De verdachte heeft zich laten omkopen met contant geld, dure horloges en beloftes tot miljoenen euro's, en heeft deze gelden via Zwitserse bankrekeningen witgewassen. Voor oplichting en deelname aan een criminele organisatie spreekt het hof de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
De verjaringstermijn voor omkoping is niet verstreken omdat het delict als een voortdurende omissie wordt gezien, die pas eindigt bij het einde van het dienstverband. De verdachte heeft het vertrouwen van zijn werkgever ernstig beschaamd door zijn handelen. Ondanks de langdurige procedure acht het hof de duur van de strafzaak niet onredelijk gezien de complexiteit.
Uiteindelijk legt het hof een gevangenisstraf van twee jaar op, rekening houdend met de ernst van de feiten, de persoon van de verdachte en de geldende LOVS-richtlijnen voor fraudezaken. De tijd in voorarrest wordt op de straf in mindering gebracht.