Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant, woonachtig in het buitenland, diende op 27 juni 2014 een beroepschrift in tegen een beslissing van de kamer voor het notariaat van 7 februari 2014, waarin zijn klacht tegen de notaris ongegrond werd verklaard. De beroepstermijn, die dertig dagen na verzending van de beslissing liep, was echter op 10 maart 2014 verstreken, waardoor het beroepschrift te laat werd ingediend.
Het hof benadrukte het belang van duidelijkheid over het aanvangs- en eindtijdstip van rechtsmiddeltermijnen en dat hieraan strikt de hand moet worden gehouden. Alleen onder bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken, maar appellant voerde onvoldoende omstandigheden aan om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
Appellant was niet verschenen op de zitting waarin de ontvankelijkheid zou worden behandeld. Het hof verklaarde hem daarom niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep en handhaafde de beslissing van de kamer voor het notariaat.
Uitkomst: Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep wegens het te laat indienen van het beroepschrift.