Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.De stukken van het geding
3.De feiten
4.Het standpunt van klager
5.Het standpunt van de kandidaat-notaris
6.De beoordeling
7.De beslissing
;
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft een klacht van klager tegen een kandidaat-notaris over de uitbetaling van een bedrag van €46.389,00 uit de nalatenschap van zijn tante aan de erfgenamen van haar partner. Klager had herhaaldelijk bezwaar gemaakt tegen deze uitbetaling, die gebaseerd was op een voorlopige overeenkomst uit 1988.
De kandidaat-notaris had het dossier vanaf oktober 2011 in behandeling en heeft op 10 juli 2012 het bedrag overgemaakt zonder voldoende onderzoek naar de geldigheid van de vordering en zonder klager adequaat te raadplegen, terwijl klager niet juridisch bijgestaan was.
Het hof oordeelt dat de kandidaat-notaris had moeten nagaan of de vordering terecht was, mede gezien de bedenkingen van klager, en dat zij niet alleen op de overeenkomst en verklaringen van de partner mocht vertrouwen. Het uitbetalen zonder een eenduidige instemming of rechterlijke uitspraak is een tuchtrechtelijk verwijt.
Daarom verklaart het hof de klacht gegrond, vernietigt de eerdere beslissing die de klacht ongegrond had verklaard, en legt de kandidaat-notaris de maatregel van waarschuwing op. De overige klachten zijn ingetrokken en niet verder behandeld.
Uitkomst: De kandidaat-notaris krijgt een waarschuwing wegens onzorgvuldige uitbetaling van een betwiste vordering uit de nalatenschap.