Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
De beoordeling
13.654311-14
De beslissing
De beoordeling
De beslissing
;
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 25 maart 2015, waarin het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte werd afgewezen. De verdachte verbleef in het Huis van Bewaring De Weg te Amsterdam.
Het hof nam kennis van de eerdere schorsing van de voorlopige hechtenis, die op 10 maart 2015 was opgeheven wegens het vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit. Hoewel dit vermoeden destijds de opheffing rechtvaardigde, oordeelde het hof dat het belang van de verdachte door het tijdsverloop weer zwaarder weegt dan het belang van de maatschappij bij voortzetting van de voorlopige hechtenis.
Daarom besloot het hof de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen met ingang van 12 mei 2015, 14.00 uur, tot aan de inhoudelijke behandeling van de zaak. Deze schorsing werd onder strikte voorwaarden gesteld, waaronder het niet ontvluchten van de hechtenis, het naleven van oproepingen, het niet plegen van strafbare feiten, medewerking aan identificatie en verblijf onder toezicht van de reclassering in een instelling te Lunteren.
De beschikking werd gegeven door de meervoudige strafkamer in raadkamer, waarbij de advocaat-generaal de beschikking aan de verdachte bekendmaakte.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst onder strikte voorwaarden tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn zaak.