ECLI:NL:GHAMS:2015:5809

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 maart 2015
Publicatiedatum
20 juli 2016
Zaaknummer
13/701258-15
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 Wet Wapens en MunitieArt. 67a lid 3 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen beslissing voorlopige hechtenis wegens wapens en munitie

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 18 februari 2015, waarin het bevel tot voorlopige hechtenis werd bevestigd en het verzoek tot schorsing van die hechtenis werd afgewezen.

Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Het hof oordeelde dat het vermoeden bestond dat in een gepantserd voertuig werd gereden dat bij het zien van de politie zijn snelheid aanzienlijk verhoogde. Gezien het zenuwachtige gedrag van verdachte en een medeverdachte was er redelijke aanleiding tot onderzoek van het voertuig op grond van artikel 51 van Pro de Wet Wapens en Munitie.

Het hof stelde vast dat er niet evident sprake was van onrechtmatig verkregen bewijs. Gezien de aangetroffen wapens en munitie was er geen sprake van een omstandigheid die toepassing van artikel 67a lid 3 Sv rechtvaardigt. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van verdachte bij invrijheidstelling niet opwoog tegen de maatschappelijke veiligheid.

De beslissing van de rechtbank werd door het hof bevestigd en het hoger beroep werd afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de voorlopige hechtenis van verdachte.

Uitspraak

13/701258-15
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] (Turkije) op [geboortedag] 1974,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Het Schouw te Amsterdam,
tegen de beslissing van de rechtbank te Amsterdam van 18 februari 2015, houdende bevel tot zijn gevangenhouding en afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Amsterdam van 18 februari 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. [naam].

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing waarvan beroep en de gronden waarop deze berust.
Nu het vermoeden bestond dat in een gepantserd voertuig werd gereden, dit voertuig bij het zien van de politie zijn snelheid aanzienlijk verhoogde alsook gelet op het – zenuwachtige – gedrag van de verdachte en de medeverdachte bestond naar het voorlopig oordeel van het hof redelijke aanleiding tot onderzoek van het voertuig zoals bedoeld in art. 51 van Pro de Wet Wapens en Munitie. Om die reden staat naar het oordeel van het hof niet evident vast dat sprake is van onrechtmatig verkregen bewijs.
Gelet op de aangetroffen wapens en munitie doet zich naar het oordeel van het hof een omstandigheid als bedoeld in art. 67a lid 3 Sv thans niet voor.
Met betrekking tot het door de verdachte gedane verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis geldt dat dit verzoek moet worden afgewezen, omdat het belang dat de verdachte heeft bij zijn invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige redenen van maatschappelijke veiligheid die in het bevel tot zijn gevangenhouding zijn aangewezen, welke ook thans nog grond geven tot voortduring van zijn vrijheidsbeneming.

13.701258-15

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beslissing.
Deze beschikking is gegeven op 25 maart 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. E. de Greeve en H.A. Marquart Scholtz, raadsheren,
in tegenwoordigheid van K.D.M. de Lange als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 25 maart 2015,
de advocaat-generaal