ECLI:NL:GHAMS:2015:5799

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 april 2015
Publicatiedatum
19 juli 2016
Zaaknummer
14/810255-12
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 71 lid 4 SvArt. 5 lid 4 EVRM
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen bevel tot gevangenneming ondanks lange duur behandeling

Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen een bevel tot gevangenneming uitgevaardigd door de rechtbank Noord-Holland, locatie Alkmaar. De raadsman van verdachte stelde dat de lange duur van de behandeling een schending van artikel 71 lid 4 Sv Pro en artikel 5 lid 4 EVRM Pro opleverde en dat er geen nieuwe feiten waren die het bevel rechtvaardigden.

Het hof constateerde dat de behandeling inderdaad onwenselijk lang had geduurd, maar dat de wet hieraan geen consequenties verbindt. Daarnaast oordeelde het hof dat de verklaring van een anonieme getuige een nieuwe omstandigheid vormt die het bevel tot gevangenneming rechtvaardigt, omdat deze verklaring belastend is en verder gaat dan eerdere informatie.

Verder overwoog het hof dat gezien de ernst van het feit en de mogelijke sociale onrust in de gemeenschap bij vrijlating van verdachte, het bevel gerechtvaardigd blijft. De situatie van verdachte verschilt van de casus in het EHRM-arrest Geisterfer, aangezien verdachte in december 2012 zonder ernstige bezwaren was vrijgelaten.

Het hof wees het hoger beroep af en bevestigde het bevel tot gevangenneming. De advocaat-generaal bracht deze beschikking ter kennis van verdachte.

Uitkomst: Het hoger beroep tegen het bevel tot gevangenneming wordt afgewezen ondanks de lange duur van de behandeling.

Uitspraak

14/810255-12
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Haarlem te Haarlem,
tegen de beschikking van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 27 februari 2015, houdende bevel tot zijn gevangenneming.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank te Noord-Holland, locatie Alkmaar van 2 maart 2015, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte mr. [naam].

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep en de gronden waarop deze berust. De raadsman van de verdachte heeft in raadkamer aangevoerd dat de behandeling van het hoger beroep tegen het bevel gevangenneming te lang op zich heeft laten wachten, hetgeen een schending oplevert van art. 71 lid 4 Sv Pro en art. 5 lid 4 EVRM Pro. Daarnaast is er, aldus de raadsman gelet op het beginsel nemo debet bis vexari, geen sprake van nieuwe feiten op grond waarvan het bevel gevangenneming mocht worden uitgevaardigd. Ten slotte heeft de raadsman van de verdachte onder verwijzing naar het EHRM-arrest Geisterfer aangevoerd dat er geen sprake is van een geschokte rechtsorde, nu de verdachte in december 2012 is vrijgelaten en er geen aanwijzingen zijn dat door die vrijlating sprake is geweest van een geschokte rechtsorde.
Het hof overweegt hieromtrent het volgende,
Het hof stelt vast dat de behandeling van het hoger beroep onwenselijk lang heeft geduurd. De wet verbindt hieraan echter geen gevolgen en het hof ziet hiertoe ook geen aanleiding.
Ten aanzien van de verklaring van de anonieme getuige is het hof van oordeel dat er wel degelijk sprake is van een nieuwe omstandigheid die een nieuw bevel gevangenneming rechtvaardigt. De anonieme getuige heeft immers een voor de verdachte belastende verklaring afgelegd die verder strekt dan de informatie die is opgenomen in het proces-verbaal met betrekking tot de CIE-informatie.
Ten slotte overweegt het hof dat gelet op de ernst van het feit en de indruk die dat heeft nagelaten in de gemeenschap in Callantsoog, aannemelijk is dat ondanks het tijdsverloop sprake zou zijn van sociale onrust als de verdachte wordt vrijgelaten. De situatie van de verdachte is niet vergelijkbaar met de casus die de basis was voor het EHRM-arrest Geisterfer, nu de verdachte in december 2012 wegens het ontbreken van ernstige bezwaren is vrijgelaten.

14.810255-12

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
Deze beschikking is gegeven op 15 april 2015 in raadkamer van dit hof door
mr. L.I.M. van Bergen, voorzitter,
mrs. M.J.G.B. Heutink en P.B.C.D.F. van Sasse van Ysselt, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. K.D.M. de Lange als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 15 april 2015,
de advocaat-generaal