ECLI:NL:GHAMS:2015:5793
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing uitleveringsdetentie na ministeriële beslissing tot uitlevering
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot schorsing van de uitleveringsdetentie afwees. De verdachte, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland en verblijvend in de huis van bewaring Over-Amstel, verzocht om schorsing van zijn uitleveringsdetentie.
Het hof heeft de beschikking van de rechtbank bestudeerd en zich gebogen over de toepasselijkheid van artikel 56, eerste lid, van de Uitleveringswet. Deze bepaling maakt voorwaardelijke schorsing van uitleveringsdetentie mogelijk, mits de voorwaarden alleen strekken ter voorkoming van vlucht. De Memorie van Toelichting bij deze wet benadrukt dat na een positieve beslissing van de minister van Justitie tot uitlevering, schorsing niet langer passend is omdat het risico op vlucht toeneemt.
Het hof concludeert dat de schorsing van uitleveringsdetentie van rechtswege eindigt zodra de officier van justitie door de minister is geïnformeerd over de uitleveringsbeslissing. Na dit moment voorziet de wet niet in een mogelijkheid tot schorsing. De verdediging heeft geen argumenten aangevoerd die tot een ander oordeel leiden. Daarom wijst het hof het beroep af en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot schorsing.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van de uitleveringsdetentie wordt verworpen.