ECLI:NL:GHAMS:2015:5781
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens deelname criminele organisatie cocaïne-invoer
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van zijn voorlopige hechtenis had afgewezen. Verdachte wordt ernstig verdacht van deelname aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met de invoer van grote hoeveelheden cocaïne.
Het hof heeft de stukken betreffende de voorlopige hechtenis bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en overweegt dat de verdenking ernstig is en dat de vrijlating van verdachte een zodanig publiek onbehagen zou veroorzaken dat maatschappelijke onrust te vrezen is.
Het verzoek van verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen. Het persoonlijke belang van verdachte weegt niet op tegen de maatschappelijke veiligheid. Ook de medische situatie van de vrouw van verdachte wordt onvoldoende zwaarwegend geacht, mede omdat niet is gebleken dat alleen verdachte voor haar kan zorgen.
De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof op 11 maart 2015 en de advocaat-generaal heeft de beschikking aan verdachte bekendgemaakt.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af wegens ernstige verdenking en maatschappelijke veiligheid.