ECLI:NL:GHAMS:2015:578
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrondverklaring verzet tegen beslissing kamer notariaat
Klager diende een klacht in bij de kamer voor het notariaat tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer wees de klacht als kennelijk ongegrond af. Klager stelde hiertegen verzet in bij de kamer, maar dit verzet werd eveneens ongegrond verklaard. Klager ging vervolgens in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Het hof nam kennis van de stukken en constateerde dat op grond van artikel 99 lid 13 van Pro de Wet op het notarisambt geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer die het verzet ongegrond verklaart. Klager kon daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.
Klager had niet gesteld of gebleken was dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht waren genomen die tot een andere beslissing zouden moeten leiden. Het verzoek tot aanhouding van de zaak werd afgewezen. Het hof sprak de beslissing uit in aanwezigheid van de notaris, terwijl klager niet was verschenen.
De uitspraak bevestigt de beperkte rechtsmiddelen tegen beslissingen van de kamer notariaat en benadrukt de bindende werking van artikel 99 lid 13 Wet Pro op het notarisambt.
Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het verzet.