ECLI:NL:GHAMS:2015:578

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 februari 2015
Publicatiedatum
25 februari 2015
Zaaknummer
200.144.015.01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 13 Wet op het notarisambt
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ongegrondverklaring verzet tegen beslissing kamer notariaat

Klager diende een klacht in bij de kamer voor het notariaat tegen een notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer wees de klacht als kennelijk ongegrond af. Klager stelde hiertegen verzet in bij de kamer, maar dit verzet werd eveneens ongegrond verklaard. Klager ging vervolgens in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.

Het hof nam kennis van de stukken en constateerde dat op grond van artikel 99 lid 13 van Pro de Wet op het notarisambt geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer die het verzet ongegrond verklaart. Klager kon daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn hoger beroep.

Klager had niet gesteld of gebleken was dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht waren genomen die tot een andere beslissing zouden moeten leiden. Het verzoek tot aanhouding van de zaak werd afgewezen. Het hof sprak de beslissing uit in aanwezigheid van de notaris, terwijl klager niet was verschenen.

De uitspraak bevestigt de beperkte rechtsmiddelen tegen beslissingen van de kamer notariaat en benadrukt de bindende werking van artikel 99 lid 13 Wet Pro op het notarisambt.

Uitkomst: Klager wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen de ongegrondverklaring van het verzet.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.144.015/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2013/64
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 24 februari 2015
inzake
[naam],
wonend te [plaats],
appellant,
tegen
[naam],
notaris te [plaats],
geïntimeerde.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellant (hierna: klager) heeft op 24 maart 2014 een beroepschrift - met één bijlage - bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 17 maart 2014. Bij genoemde beslissing heeft de kamer het verzet van klager tegen de beslissing van de plaatsvervangend voorzitter van de kamer van 4 december 2013 ongegrond verklaard.
1.2.
Geïntimeerde (hierna: de notaris) heeft op 7 april 2014 een verweerschrift bij het hof ingediend.
1.3.
De zaak is, tezamen met de zaken met zaaknummers 200.144.017/01 NOT en 200.144.018/01 NOT, behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 11 december 2014. De notaris is verschenen en heeft het woord gevoerd. Het door klager gedane verzoek tot aanhouding van de zaak is afgewezen. Klager heeft vervolgens het hof op voorhand een pleitnota doen toekomen en is niet ter zitting verschenen.

2.De stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft bij brief van 17 juli 2013 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De plaatsvervangend voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 4 december 2013 deze klacht als kennelijk ongegrond afgewezen. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. Na onderzoek van de klacht heeft de kamer bij beslissing van 17 maart 2014 het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
Artikel 99 lid 13 van Pro de Wet op het notarisambt bepaalt dat geen rechtsmiddel openstaat tegen een beslissing van de kamer tot ongegrondverklaring van het verzet. Dat brengt mee dat klager in zijn hoger beroep niet kan worden ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat bij de behandeling van het verzet essentiële vormen niet in acht zijn genomen, op grond waarvan in andere zin zou moeten worden beslist.
3.3.
Het hiervoor overwogene leidt tot de volgende beslissing.

4.De beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep.
Deze beslissing is gegeven door mrs. A.D.R.M. Boumans, J. Blokland en J.W. van Zaane en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015 door de rolraadsheer.