ECLI:NL:GHAMS:2015:555
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking
Appellante [X] verzocht het hof om het vonnis van de rechtbank Noord-Holland te vernietigen en haar alsnog toe te staan de wettelijke schuldsaneringsregeling te voltooien. Zij stelde dat haar ziekte (Crohn en huidziekte) haar belemmerde en dat zij door gebrek aan energie en geld niet aan haar verplichtingen kon voldoen. Haar dochters waren bereid haar te helpen met het voldoen van schulden.
De bewindvoerder betoogde dat [X] vanaf het begin onvoldoende informatie verstrekte, waardoor de rechter-commissaris in 2013 al een tussentijdse beëindiging had voorgedragen. Ondanks een intrekking van die voordracht en meerdere waarschuwingen, bleef [X] haar verplichtingen niet nakomen, met ontbrekende documenten en het ontstaan van nieuwe schulden.
Het hof oordeelde dat uit de wettelijke regeling voortvloeit dat van de schuldenaar actieve medewerking wordt verlangd, waaronder het tijdig en volledig verstrekken van informatie. Hoewel begrip bestaat voor de ziekte van [X], ontslaat dit haar niet van haar verplichtingen. Zij had hulp moeten inschakelen om haar verplichtingen na te komen. Het hof stelde vast dat de tekortkomingen ernstig en verwijtbaar zijn en dat de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is.
Het hof bekrachtigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2015.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende medewerking en het ontstaan van nieuwe schulden.