Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
- memorie van antwoord.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant, een journalist uit Soedan, vorderde schadevergoeding van Stichting Free Press Unlimited (FPU) wegens vermeende onzorgvuldigheid die zou hebben geleid tot zijn vertrek uit Soedan. Hij stelde dat FPU in het kantoor van Human Rights and Advocacy Network for Democracy (HAND) in Khartoem een radiostudio had ingericht, wat het risico op ontdekking door de Soedanese autoriteiten verhoogde.
Het hof oordeelde dat appellant onvoldoende had gesteld en bewezen dat er daadwerkelijk een radiostudio was ingericht in het pand van HAND. De overgelegde documenten spraken slechts over een 'office' of 'studio' zonder concrete aanwijzingen voor aanwezigheid van radiouitzendapparatuur. Tevens was appellant niet concreet over de inhoud van de studio.
Zelfs indien een radiostudio aanwezig zou zijn geweest, was appellant er niet in geslaagd een causaal verband aan te tonen tussen die studio en zijn vertrek uit Soedan. De vordering tot schadevergoeding werd daarom ook inhoudelijk afgewezen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep. Hiermee blijft de afwijzing van de schadevergoeding in stand.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant tot schadevergoeding af wegens onvoldoende bewijs van radiostudio en causaal verband.