Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam betreffende een verdachte die onder meer werd veroordeeld voor winkeldiefstal met geweld en een inreisverbod van tien jaar opgelegd kreeg. Het hof bevestigde het vonnis voor het eerste ten laste gelegde feit, maar vernietigde het vonnis voor het tweede ten laste gelegde, namelijk het inreisverbod.
De verdediging voerde aan dat het inreisverbod niet in overeenstemming was met de Europese Terugkeerrichtlijn, waarbij het Hof van Justitie van de Europese Unie had geoordeeld dat niet elke verdenking of veroordeling automatisch een gevaar voor de openbare orde oplevert. Het hof stelde vast dat het inreisverbod onvoldoende gemotiveerd was als een actuele en ernstige bedreiging voor de openbare orde, mede omdat de meest recente veroordeling van straatroof dateerde uit 1998.
Voor het winkeldiefstalfeit met geweld legde het hof een gevangenisstraf van drie maanden op, rekening houdend met recidive, de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. De vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke geldboete werd afgewezen wegens onzekerheid over de betrekking op de verdachte.
Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 16 december 2015.