Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
[appellant sub 2],
1.Het verloop van het geding in hoger beroep
2.De feiten
3.De beoordeling
[X] Telecom, Telecom Today(…) ten deze rechtsgeldig vertegenwoordigd door
de heer [A], ingeschreven in het handelsregister onder nummer
[nummer]hierna te noemen ‘huurder’”
grief 1faalt.
in te brengen in de vof. Niet alleen hebben [appellanten] onvoldoende concrete feiten gesteld waaruit kan worden afgeleid dat [A] , waar het de huurovereenkomst betreft, aan deze verplichting tot inbreng heeft voldaan. Ook volgt, als dit wel het geval is geweest, daaruit niet dat [A] , aldus doende, zijn rechtsverhouding als huurder ten opzichte van Libra (ook)
heeft overgedragen aan [appellanten]Om aan het aktevereiste van artikel 6:159 lid 1 BW Pro te voldoen is bovendien nodig dat een akte is opgemaakt waaruit blijkt
datde gezamenlijke wil van de betrokken partijen is gericht op de overgang van de contractuele rechtspositie als eenheid en
welkerechten en verplichtingen precies overgaan. Het vennootschapscontract voldoet ook niet aan dit vereiste, te weten dat de rechtsverhouding die overgaat voldoende bepaalbaar is. Dat is wel nodig omdat de wederpartij, in dit geval dus Libra, moet (kunnen) weten waaraan zij al dan niet haar medewerking verleent. Dat is in dit geval ook cruciaal, omdat het om een contract van langere duur gaat en er niet alleen voor de huurder maar ook voor de verhuurder grote belangen op het spel staan. Daar komt nog bij dat [appellanten] niet hebben gesteld dat, en wanneer, zij het vennootschapscontract aan Libra hebben voorgelegd, zodat ervan moet worden uitgegaan dat Libra zelfs van dit contract nooit kennis heeft genomen.
grief 3en
grief 4falen en dat
grief 2buiten bespreking kan blijven.
grief 5moet worden verworpen.
grief 6tevergeefs is voorgesteld.
grief 7faalt derhalve. [appellanten] zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van het geding in hoger beroep.