Uitspraak
.
2.De feiten
de manis het volgende gebleken.
de vrouwis het volgende gebleken.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Holland over de vaststelling van kinderalimentatie. De man betwistte de hoogte van de bijdrage vanaf 22 april 2015 en verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarheid van eerdere beschikkingen.
Het hof oordeelde dat de bijdrage over de periode vóór 22 april 2015 onherroepelijk vaststaat en dat de man slechts verweer kan voeren over de periode daarna. De behoefte van de kinderen werd door het hof bevestigd op € 1.190,- per maand, waarbij het kindgebonden budget niet in mindering wordt gebracht op de behoefte.
De draagkracht van de man werd onderzocht aan de hand van zijn inkomsten uit een CFK-uitkering, onderneming en verhuur van een woning. Het hof vond dat de man onvoldoende inzicht gaf in zijn werkelijke inkomsten en dat onduidelijkheden voor zijn risico komen. De bijdrage van € 355,- per kind per maand werd daarom bekrachtigd.
Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid van de eerdere beschikkingen werd afgewezen wegens het ontbreken van hoger beroep tegen de beschikking van 21 januari 2015 en het ontbreken van belang bij het schorsingsverzoek van 22 april 2015.
De beschikking van de rechtbank Noord-Holland van 22 april 2015 werd bekrachtigd en de overige verzoeken van de man werden afgewezen of niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van 22 april 2015 en wijst de schorsingsverzoeken van de man af.