ECLI:NL:GHAMS:2015:5101

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2015
Publicatiedatum
7 december 2015
Zaaknummer
200.177.675/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:301 lid 2 BWArt. 433 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-inschrijving in het rechtsmiddelenregister

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin onder meer de verdeling van een nalatenschap en medewerking aan verkoop van woningen werd bevolen. De rechtbank had bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte indien gedaagden niet meewerken.

Volgens artikel 3:301 lid 2 BW Pro moet een hoger beroep dat zich richt tegen een uitspraak die in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Het hof constateert dat appellant dit niet heeft gedaan.

Hoewel appellant betoogde dat inschrijving niet nodig was omdat het hoger beroep zich primair richtte op ontruiming, oordeelt het hof dat het hoger beroep zich ook richt op oordelen die in de plaats treden van een tot levering bestemde akte. Daarom is appellant niet-ontvankelijk voor dat deel van het hoger beroep.

Voor zover het hoger beroep zich richt op andere oordelen is appellant wel ontvankelijk, maar moet hij dit duidelijk maken in de memorie van grieven. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van deze memorie en houdt verdere beslissing aan.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op oordelen die in de plaats treden van een tot levering bestemde akte.

Uitspraak

arrest
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.177.675/01
zaak-/rolnummer rechtbank Noord-Holland : C/15/216425 / HA ZA 14-381
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 1 december 2015
inzake:
[appellant]
wonend te [plaats],
appellant,
advocaat: mr. K. Beishuizen te Haarlem,
tegen
[geïntimeerde],
wonend te [plaats],
geïntimeerde,
advocaat: mr. Q.A.L.M. Gijsbers te Amsterdam.

1.Het geding in hoger beroep

Bij dagvaarding van 23 september 2015 heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen het tussen (onder meer) partijen onder bovengenoemd zaak-/rolnummer gewezen vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 1 juli 2015.
Appellant heeft de zaak aangebracht op de rol van 6 oktober 2015.
Op diezelfde roldatum is tegen geïntimeerde verstek verleend.
Bij rolbeslissing van 6 oktober 2015 is appellant in de gelegenheid gesteld zich op de rol van 20 oktober 2015 bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep en is bepaald dat geïntimeerde, indien zij alsnog tijdig in het geding verschijnt, bij akte zal mogen reageren.
Appellant heeft zich op 20 oktober 2015 bij akte uitgelaten over de ontvankelijkheid.
Geïntimeerde heeft het verstek gezuiverd op 20 oktober 2015.
Op 3 november 2015 heeft geïntimeerde een antwoordakte, met producties, genomen.
Arrest is bepaald op heden.

2.Motivering

2.1.
Bij het bestreden vonnis is, kort gezegd, het volgende beslist. De rechtbank heeft appellant (in eerste aanleg: gedaagde) en zijn drie mede-gedaagden bevolen over te gaan tot de verdeling van de nalatenschap van erflaatster [naam]). Voorts heeft de rechtbank gedaagden veroordeeld om binnen één week na betekening van dit vonnis over te gaan tot het verlenen van hun volledige medewerking i) aan het te koop zetten van de drie woningen bij makelaar [x] van [naam] B.V., althans een erkende NVM-makelaar die in overleg met gedaagden door geïntimeerde (in eerste aanleg: eiseres) wordt benoemd, ii) aan het toelaten van bezichtigingen van potentiële kopers, iii) aan de verkoop en levering (vrij van huur en gebruik) van de drie woningen na verkoop, inclusief het verrichten van alle daartoe benodigde handelingen en iv) aan het gelijkelijk, naar evenredigheid van ieders aandeel, betalen van de daaraan verbonden kosten, bij gebreke waarvan dit vonnis voor zover mogelijk in de plaats zal treden van de door gedaagden af te geven machtigingen. Daarnaast heeft de rechtbank appellant veroordeeld om de sleutels af te geven van de woning aan de [adres] te [plaats] en om die woning te ontruimen en ontruimd te houden. Ten slotte heeft de rechtbank geïntimeerde in de gelegenheid gesteld een akte te nemen, de zaak daartoe naar de rolzitting van 2 september 2015 verwezen en iedere verdere beslissing aangehouden.
2.2.
Op grond van artikel 3:301 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) moet hoger beroep, indien de rechter in eerste aanleg heeft bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van een tot levering van een registergoed bestemde akte of een deel daarvan, op straffe van niet-ont- vankelijkheid binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in het in artikel 433 Rv Pro bedoelde register (het rechtsmiddelenregister).
2.3.
Het hof stelt vast dat het hoger beroep niet is ingeschreven in het rechtsmiddelen- register, terwijl het bestreden vonnis wel een uitspraak als bedoeld in artikel 3:301 Rv Pro bevat. De rechtbank heeft immers door te beslissen dat, indien gedaagden in gebreke blijven bij het verlenen van hun medewerking aan levering van de verkochte woningen, het bestreden vonnis in de plaats zal treden van door gedaagden af te geven machtigingen, bepaald dat dit vonnis in de plaats zal treden van (een deel van) de tot levering van die woning(en) bestemde akte(n). Voor zover appellant heeft bedoeld te betogen dat inschrijving van het onderhavige hoger beroep niet nodig was omdat dit in de eerste plaats strekt tot vernietiging van de veroordeling tot ontruiming van de woning van appellant, volgt het hof hem hierin niet. In de appeldag- vaarding heeft appellant geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis en het alsnog afwijzen van de vorderingen van geïntimeerde zonder daarbij enige beperking aan te brengen. Daarom moet het er vooralsnog voor worden gehouden dat het hoger beroep zich ook richt tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte, zodat inschrijving van het hoger beroep in het rechtsmiddelenregister in zoverre vereist was.
2.4.
Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat appellant niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep, voor zover dat hoger beroep zich richt tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte. Voor zover de door appellant nog te formuleren grieven zich richten tegen oordelen die geen betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van de tot levering bestemde akte, is appellant wel ontvankelijk in zijn hoger beroep. Appellant dient in de memorie van grieven duidelijk te maken in welk opzicht hij meent ontvankelijk te zijn in het hoger beroep. Geïntimeerde kan daarop reageren bij haar memorie van antwoord. Het is vervolgens aan de samenstelling die de zaak inhoudelijk gaat behandelen om te beoordelen of en, zo ja, in hoeverre ruimte is voor een behandeling in hoger beroep.
2.5.
Het hof zal de zaak naar de rol verwijzen voor het nemen van een memorie van grieven door appellant.

3.Beslissing

Het hof:
verklaart appellant niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dat hoger beroep zich richt tegen oordelen die betrekking hebben op dat gedeelte van de bestreden uitspraak dat blijkens het dictum in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte;
verwijst de zaak naar de rol van 12 januari 2016 voor het nemen van een memorie van grieven door appellant;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. C.C. Meijer, J.C.W. Rang en J.W. Hoekzema en uitgesproken in het openbaar door de rolraadsheer op 1 december 2015.