ECLI:NL:GHAMS:2015:5101
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid hoger beroep bij niet-inschrijving in het rechtsmiddelenregister
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarin onder meer de verdeling van een nalatenschap en medewerking aan verkoop van woningen werd bevolen. De rechtbank had bepaald dat het vonnis in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte indien gedaagden niet meewerken.
Volgens artikel 3:301 lid 2 BW Pro moet een hoger beroep dat zich richt tegen een uitspraak die in de plaats treedt van een tot levering bestemde akte binnen acht dagen na het instellen van het rechtsmiddel worden ingeschreven in het rechtsmiddelenregister. Het hof constateert dat appellant dit niet heeft gedaan.
Hoewel appellant betoogde dat inschrijving niet nodig was omdat het hoger beroep zich primair richtte op ontruiming, oordeelt het hof dat het hoger beroep zich ook richt op oordelen die in de plaats treden van een tot levering bestemde akte. Daarom is appellant niet-ontvankelijk voor dat deel van het hoger beroep.
Voor zover het hoger beroep zich richt op andere oordelen is appellant wel ontvankelijk, maar moet hij dit duidelijk maken in de memorie van grieven. Het hof verwijst de zaak naar de rol voor het nemen van deze memorie en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk in hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op oordelen die in de plaats treden van een tot levering bestemde akte.