ECLI:NL:GHAMS:2015:495
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens deelname criminele organisatie
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Holland, locatie Schiphol, die het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte had afgewezen.
Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en overweegt dat er ernstige bezwaren zijn dat de verdachte deelneemt aan een criminele organisatie die op grote schaal handelt in verdovende middelen.
Daarnaast is er sprake van een geschokte rechtsorde, waarbij vrijlating van de verdachte naar verwachting publiek onbehagen en maatschappelijke onrust zal veroorzaken. Het hof benadrukt het gevaar op recidive, mede gelet op eerdere buitenlandse veroordelingen tot langdurige gevangenisstraffen voor soortgelijke feiten.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt eveneens afgewezen omdat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de maatschappelijke veiligheidsbelangen die de vrijheidsbeneming rechtvaardigen.
De beschikking van het hof wijst het beroep en het verzoek tot schorsing af, waarmee de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waardoor de voorlopige hechtenis wordt voortgezet.