ECLI:NL:GHAMS:2015:4902
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van seksueel misbruik van geestelijk beperkte
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake een zaak van seksueel misbruik van een persoon met een vermeende geestelijke beperking.
De verdachte werd ervan beschuldigd seksuele handelingen te hebben verricht op het slachtoffer, dat volgens de tenlastelegging in een staat van bewusteloosheid of geestelijke onmacht verkeerde. Het openbaar ministerie vorderde een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 8 voorwaardelijk.
De advocaat-generaal baseerde zich op verklaringen van het slachtoffer, haar zus, een begeleidster en een psychologisch rapport om aan te tonen dat het slachtoffer niet in staat was haar wil te bepalen of kenbaar te maken. De verdediging voerde aan dat dit onvoldoende is bewezen en dat de verdachte niet wist van een dergelijke stoornis.
Het hof oordeelde dat de stukken onvoldoende concrete en specifieke aanknopingspunten bevatten om met voldoende zekerheid vast te stellen dat het slachtoffer aan een zodanige geestelijke stoornis leed. Hierdoor was niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, waarna hij werd vrijgesproken.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat het slachtoffer geestelijk niet in staat was haar wil te bepalen of weerstand te bieden.