Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
mr. J.C.R. de Lyonte Amsterdam .
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten waren in eerste aanleg geweigerd tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toe te treden vanwege een op naam van appellant staande CJIB-schuld. Deze schuld was inmiddels voldaan. Appellanten voerden aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met hun persoonlijke omstandigheden, waaronder werkloosheid, loonbeslag, verkoop woning en dakloosheid.
Het hof oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het verzoek van appellante had afgewezen vanwege de CJIB-schuld die alleen op naam van appellant stond. Bovendien was gebleken dat de schuld was voldaan en dat er geen andere schulden waren die toelating in de weg stonden. Het hof achtte aannemelijk dat appellanten de verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling naar behoren zouden nakomen, mede door het beschermingsbewind sinds 2013 en het vaste dienstverband van appellant.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde de wettelijke schuldsaneringsregeling van toepassing op appellanten, waarna de zaak werd verwezen naar de rechtbank Amsterdam voor voortzetting met inachtneming van dit arrest.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling toe en vernietigt het vonnis van de rechtbank.