In deze zaak vordert de architect betaling van een factuur voor werkzaamheden verricht in het kader van een overeenkomst van opdracht voor de verbouwing van een monumentaal kerkgebouw. De architect stuurde een factuur in 2009, maar de wederpartijen betwisten de vordering en stellen dat deze is verjaard.
De rechtbank stelde vast dat de werkzaamheden vóór 21 augustus 2004 waren afgerond, waarna de verjaringstermijn van vijf jaar is gaan lopen. De architect stelde dat de overeenkomst van opdracht voor onbepaalde tijd was en dat de verjaring pas na opeising zou beginnen, maar het hof verwierp dit standpunt. Volgens het hof eindigt een overeenkomst van opdracht zodra de verplichtingen zijn nagekomen, tenzij deze tussentijds wordt opgezegd, hetgeen hier niet is gebeurd.
De architect voerde verder aan dat hij met de wederpartijen had afgesproken dat de factuur later zou worden gestuurd, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Ook de vordering uit ongerechtvaardigde verrijking faalde omdat de verjaring volgens het hof rechtsgevolg heeft.
Ten aanzien van een factuur van Imabo uit 2004 was onduidelijk of deze in de factuur van 2009 was opgenomen, maar omdat meer dan vijf jaar was verstreken, was ook deze vordering verjaard. Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de rechtbank en veroordeelde de architect in de proceskosten.