ECLI:NL:GHAMS:2015:4596
Gerechtshof Amsterdam
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf en schadevergoeding in hoger beroep strafzaak
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 29 september 2014. De verdachte werd primair belast met een strafbaar feit waarvoor het openbaar ministerie een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek van voorarrest vorderde, evenals een schadevergoeding van €1.100 aan de benadeelde partij.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 27 oktober 2015 heeft het hof de vordering van de advocaat-generaal en de argumenten van de raadsman van de verdachte afgewogen. Het hof heeft tevens het onderzoek in eerste aanleg betrokken bij haar beoordeling, conform artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Na zorgvuldige overweging heeft het hof besloten het vonnis van de rechtbank te bevestigen. Dit betekent dat de opgelegde straf en de toegewezen schadevergoeding ongewijzigd blijven. De vordering tot tenuitvoerlegging werd door het openbaar ministerie niet meer aan de orde gesteld.
Het arrest is uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 10 november 2015, waarbij drie rechters zitting hadden. Hiermee is het hoger beroep ongegrond verklaard en blijft de strafrechtelijke veroordeling van kracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 5 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest en een schadevergoeding van €1.100 is toegewezen.