Uitspraak
mr. C.I. Zaad, kantoorhoudende te Den Haag,
Gerechtshof Amsterdam
Verzoeker [A] heeft de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek te gelasten naar het beleid en de gang van zaken van de vennootschap [C] en [A] en de aan haar gelieerde vennootschappen Fada Verde en Elsoba over de periode vanaf 26 augustus 2011. Hij stelde dat er gegronde redenen waren voor twijfel aan het beleid, met name vanwege het ontbreken van financiële informatie en het niet houden van algemene vergaderingen.
De Ondernemingskamer constateerde dat de vennootschap haar aandeelhouder [A] niet heeft voorzien van schriftelijke financiële informatie vanaf 2013 en dat er in strijd met wettelijke voorschriften geen jaarlijkse algemene vergaderingen zijn gehouden. Wel bleek dat met instemming van [A], gelet op zijn woonplaats in het buitenland, geen formele vergaderingen werden gehouden en dat hij ook niet expliciet om informatie had verzocht.
De vennootschap heeft toegezegd alsnog de jaarrekening over 2011/2012 te verstrekken en binnen enkele weken de jaarrekeningen over 2013 en 2014 op te leveren, met een voorstel tot liquidatie vanwege negatieve resultaten. Gezien deze toezeggingen en het ontbreken van concrete aanwijzingen voor wanbeleid, zag de Ondernemingskamer geen aanleiding tot het gelasten van een enquêteonderzoek en wees het verzoek af. Tevens werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard voor zover het verzoek zich richtte tegen Elsoba, aangezien hij geen aandeelhouder daarvan is.
Uitkomst: Het verzoek tot enquêteonderzoek wordt afgewezen wegens onvoldoende aanleiding en toezegging tot verstrekking van jaarrekeningen.