ECLI:NL:GHAMS:2015:4359
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldigheid antidumpinguitbreiding voor ijzeren bevestigingsmiddelen verzonden uit Maleisië
Belanghebbende, een handelaar in ijzeren en stalen bevestigingsmiddelen, werd geconfronteerd met een uitnodiging tot betaling van antidumpingrechten op invoer uit Maleisië. Na bezwaar en een ongegrond verklaard beroep bij de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in tegen de geldigheid van de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 723/2011, die de antidumpingrechten uitbreidt tot goederen verzonden uit Maleisië, ongeacht de oorsprong.
Het hof overwoog dat de Europese Commissie op grond van artikel 13 van Pro de Basisverordening bevoegd is om antidumpingrechten uit te breiden ter bestrijding van ontwijking. De Commissie had voldoende bewijs van ontwijking en had de juiste procedure gevolgd. De bewering dat de goederen daadwerkelijk Maleisische oorsprong hebben, weerhoudt de toepassing van de antidumpinguitbreiding niet.
Belanghebbende stelde ook dat geen schade was vastgesteld, maar het hof bevestigde dat de Commissie zich terecht baseerde op ondermijning van de corrigerende werking van het recht, wat voldoende is volgens de Basisverordening. Het hof zag geen reden om prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie te stellen en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de UTB blijft in stand.