In deze civiele zaak gaat het om de vraag of een onvoorwaardelijke huurgarantie in een koopcontract moet worden aangemerkt als borgtocht, en de gevolgen daarvan voor de betaling van huurachterstanden.
De appellant huurde kantoorruimte en had een huurachterstand. De geïntimeerde [X] had een onvoorwaardelijke garantie afgegeven aan H2O Dutch B.V., de eigenaar/verhuurder, dat hij de huurpenningen zou voldoen als appellant dat niet deed. Deze garantie werd door het hof als borgtocht gekwalificeerd. Tevens was de vordering door H2O aan [X] overgedragen.
Het hof oordeelde dat appellant gehouden is tot betaling van de huurachterstand van € 10.975,88 met wettelijke rente vanaf 1 november 2008. Het bewijsaanbod van appellant om een eerdere beëindiging van de huurovereenkomst aan te tonen werd gepasseerd wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast werd appellant veroordeeld tot betaling van de helft van de proceskosten in eerste aanleg en de kosten van het incidenteel hoger beroep.
Het arrest bevestigt dat de borgtochtige garantie rechtsgeldig is en dat de cessie van de vordering correct is geëffectueerd, waardoor appellant gehouden is tot betaling aan [X].