De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk binnenbrengen van circa 1,7 kilogram cocaïne in Nederland via luchthaven Schiphol op 28 november 2014. Bij controle van haar bagage werden vier flessen met verzorgingsproducten aangetroffen die een vloeibare substantie bevatten die positief testte op cocaïne. Het Nederlands Forensisch Instituut bevestigde de aanwezigheid van circa 1,7 kilogram cocaïne.
De verdediging voerde aan dat de verdachte geen opzet had en stelde subsidiair afwezigheid van alle schuld. Het hof stelde echter vast dat de verdachte verantwoordelijk is voor haar bagage en dat zij bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de flessen drugs bevatten, mede gezien haar kennis van de risico’s en haar relatie met de persoon die haar de flessen gaf.
Het hof verwierp het primaire verweer en stelde vast dat de verdachte voorwaardelijk opzet had op het binnenbrengen van de cocaïne. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 maanden, met aftrek van de tijd die zij in voorarrest had doorgebracht. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.