Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant sub 1] ,
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“Bed & Breakfast”in de woning te starten.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak staat een kort geding centraal over de ontruiming van een woning na verkoop. De eigenaar had de woning tijdelijk verhuurd onder de Leegstandwet, met een vergunning geldig tot 5 december 2013, later stilzwijgend verlengd tot 5 december 2016. Na faillissement van de oorspronkelijke huurder Goldbuyers, betaalde een nieuwe bewoner de huur en werden afspraken gemaakt over huurverlaging en vooruitbetaling.
De eigenaar stelde dat de huurovereenkomst door de verlenging van de vergunning doorliep en dat hij daarom de huur kon opzeggen en ontruiming kon vorderen. Het hof oordeelde echter dat de huurovereenkomst na 5 december 2013 niet stilzwijgend was verlengd, maar dat een nieuwe huurovereenkomst tot stand was gekomen die niet onder de Leegstandwet valt. Dit bleek uit de gemaakte afspraken en het ontbreken van een schriftelijke huurovereenkomst die aan de eisen van de Leegstandwet voldoet.
Daarom kon de ontruimingsvordering niet worden toegewezen. De kantonrechter had dit wel gedaan, waardoor het hof het vonnis vernietigde en de gevraagde voorziening weigerde. Ook de nevenvorderingen van de eigenaar werden afgewezen. De eigenaar werd veroordeeld in de proceskosten van alle instanties.
Uitkomst: De ontruimingsvordering wordt afgewezen omdat een nieuwe huurovereenkomst buiten de Leegstandwet is gesloten.