ECLI:NL:GHAMS:2015:3904
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gezag en omgang minderjarige na echtscheiding: eenhoofdig gezag aan moeder, omgang afgewezen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep in een gezags- en omgangszaken tussen de ouders van een minderjarige, waarbij het gezamenlijk gezag ter discussie stond. De vader verzocht om eenhoofdig gezag en wijziging van de hoofdverblijfplaats van het kind naar hem, evenals een omgangsregeling met dwangsommen. De moeder verzocht het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan haar toe te kennen.
Het hof oordeelde dat de communicatie tussen ouders ernstig verstoord is en dat gezamenlijk gezag niet langer in het belang van het kind is. Het gezag werd daarom aan de moeder toegekend, die tevens de hoofdverblijfplaats van het kind behoudt. De omgangsregeling werd afgewezen omdat de minderjarige ernstige bezwaren had tegen omgang met de vader, mede door een lopende procedure tot ontkenning van het vaderschap.
Verder bepaalde het hof ambtshalve dat de informatie- en consultatieplicht van de moeder jegens de vader buiten toepassing blijft, gezien de verstoorde communicatie en het belang van het kind. Het verzoek van de vader tot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming werd eveneens afgewezen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed nieuwe uitspraak.
Uitkomst: Het gezag over de minderjarige wordt eenhoofdig aan de moeder toegekend, omgang met de vader wordt afgewezen en de informatie- en consultatieplicht van de moeder jegens de vader wordt geschorst.