Uitspraak
1.Het geding in hoger beroep
.
2.Stukken van het geding
3.Feiten
4.Standpunt van klagers
5.Standpunt van de gerechtsdeurwaarder
6.Beoordeling
7.Beslissing
gerechtsdeurwaarder geen maatregel heeft opgelegd;
Gerechtshof Amsterdam
Klagers hebben een klacht ingediend tegen een gerechtsdeurwaarder wegens vermeende onrechtmatige executie van een vonnis, onheus bejegenen, te hoge kosten en onjuiste vaststelling van de beslagvrije voet. De kamer voor gerechtsdeurwaarders verklaarde drie klachten ongegrond en één klacht gegrond, maar legde geen maatregel op.
In hoger beroep bevestigt het hof de ongegrondheid van de eerste drie klachten en oordeelt dat de beslagvrije voet ten onrechte op nihil is gesteld, wat een tuchtrechtelijk verwijt oplevert. Het hof vernietigt de beslissing van de kamer voor zover geen maatregel werd opgelegd en legt de gerechtsdeurwaarder een berisping op.
De feiten betreffen huurachterstanden die door de Stichting werden geïncasseerd via de gerechtsdeurwaarder, die beslag legde zonder volledige financiële gegevens van klagers. De gerechtsdeurwaarder handelde zorgvuldig door bij onduidelijkheid over het vonnis de voorzieningenrechter te raadplegen. De onjuiste beslaglegging en vaststelling van de beslagvrije voet vormen het kernpunt van de klacht.
Het hof benadrukt het belang van zorgvuldigheid bij het vaststellen van de beslagvrije voet, gezien de ingrijpende gevolgen voor de debiteur. De gerechtsdeurwaarder heeft deze zorgvuldigheid niet betracht, waardoor een berisping passend is. De overige klachten zijn onvoldoende onderbouwd en worden verworpen.
Uitkomst: Het hof legt een berisping op aan de gerechtsdeurwaarder wegens onjuiste vaststelling van de beslagvrije voet en bevestigt de overige beslissingen.