ECLI:NL:GHAMS:2015:3748
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging tussentijdse beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming inspanningsverplichting
Appellante is in hoger beroep gekomen tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin haar wettelijke schuldsaneringsregeling tussentijds werd beëindigd wegens het niet nakomen van haar informatie- en inspanningsverplichtingen. Zij voerde aan dat persoonlijke omstandigheden, zoals een blessure en gebrek aan internettoegang, haar belemmerden en dat zij onvoldoende werd begeleid.
De bewindvoerder stelde dat appellante onvoldoende had gesolliciteerd en een boedelachterstand had laten ontstaan. Hoewel zij inmiddels een deel van haar verplichtingen had nagekomen en begeleiding was geregeld, was de inspanningsverplichting niet voldoende nagekomen. Het hof overwoog dat de wettelijke schuldsaneringsregeling actieve medewerking vereist, waaronder het minimaal viermaal per maand solliciteren.
Het hof constateerde dat appellante gedurende ongeveer een half jaar niet had gesolliciteerd en dat haar excuses onvoldoende waren om dit te rechtvaardigen. Haar verantwoordelijkheid om aan de verplichtingen te voldoen bleef bestaan, ook zonder internettoegang. Ondanks begrip voor haar situatie, was er onvoldoende vertrouwen in een gedragsverandering. De tekortkoming was ernstig en verwijtbaar, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde en de schuldsaneringsregeling zonder schone lei beëindigde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de tussentijdse beëindiging van de wettelijke schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende nakoming van de inspanningsverplichting door appellante.