ECLI:NL:GHAMS:2015:3364
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- C.E. Buitendijk
- H.A. van den Berg
- J. Louwinger-Rijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning vaderschap wegens dwaling na DNA-onderzoek
Partijen hadden een relatie van 2004 tot 2010 en kregen een kind in 2010. De man erkende het kind in december 2009. Later bleek uit DNA-onderzoek dat hij niet de biologische vader was, hoewel een tweede onderzoek aanvankelijk anders aangaf. Uiteindelijk bevestigde een derde DNA-test dat de man niet de biologische vader was.
De man verzocht vernietiging van de erkenning wegens dwaling, wat aanvankelijk werd afgewezen. In hoger beroep oordeelt het hof dat de man pas in 2014 definitief kon vaststellen dat hij niet de biologische vader was, waardoor zijn verzoek tijdig is ingediend. Het hof vernietigt de erkenning en wijst het verzoek van de vrouw tot kinderalimentatie af, omdat de man niet de biologische vader is.
De bijzondere curator steunde de vernietiging in het belang van het kind. Het hof veroordeelt de vrouw in de proceskosten, omdat zij de man niet had geïnformeerd over het tweede DNA-onderzoek waarbij ook de biologische vader werd getest. De juridische status van het kind wordt in overeenstemming gebracht met de biologische werkelijkheid.
Uitkomst: De erkenning van het vaderschap wordt vernietigd en het verzoek tot kinderalimentatie afgewezen.